Tagarchief: TransMind

De hiërarchie van bewustzijn

Naast de prachtige gelaagdheden van bewustzijn die door vele auteurs over de afgelopen eeuwen gemaakt zijn wil ik het hier hebben over de evolutionaire hiërarchie van bewustzijn. Ons bewustzijn is zoals we weten voornamelijk onbewust en onbestuurbaar. Althans door onszelf. Diegene die achter het stuur zit van ons bewustzijn heeft in de loop van de geschiedenis en afhankelijk van plek en cultuur allerlei namen gekregen: alle goden-namen, maar ook Natuur, Kosmos, Het Al of Energie. Allemaal grootheden die buiten ons staan, onze onmacht aantonen en daarmee evenzoveel voor- als tegenstanders kennen, allen met de schakering van minder of meer.

Ook de ‘echte’ wetenschap komt er echter steeds meer achter dat de mate van controle die wij als mensen hebben over ons handelen (als uiting / uiteinde van ons bewustzijn) niet zo heel groot is. Zelfs zo dat de toch al beperkte mate waarin wij die macht hebben zelfs nog verder geminimaliseerd kan worden door omstandigheden om ons heen.

De afgelopen 14 jaar heb ik me bezig gehouden met de ontrafeling van bewustzijn en de wijze waarop gedrag gekend kan worden, ook voordat het zichtbaar wordt. Daarin zijn grote stappen gezet: We kunnen bewustzijn per moment redelijk betrouwbaar in beeld brengen en haar gedragsconsequenties voorspellen. We kunnen zien waar een bepaald bewustzijnsconfiguratie vandaan komt, wat haar eigenlijke (intrinsieke) doel is en hoe we mensen kunnen helpen met het zetten van stappen in de voor hun organisme meer voordelige richting.

We hebben echter ook geleerd dat bewustwording ‘morrelt’ aan iemands herkenbare en veilige patronen uit het verleden. We hebben geleerd dat we van het nieuwe bewustzijn ook een patroon moeten maken wil het kunnen beklijven en kunnen resulteren in succesvoller gedrag (wat succesvol dan ook moge betekenen in een individueel leven).

Is er onvoldoende volhouding in dit proces van bewustwording, doordat het thema maar sporadisch aangeraakt wordt (elke maand een gesprek), of doordat de bestaande context niet veel ruimte biedt (‘en nu weer aan het werk!’), of zelfs omdat de bestaande context niet voldoende noodzaak in zich bergt, dan treedt er geen patroonvorming op. Oud gedrag keert dan weer terug, snel zelfs als er iets vervelends gebeurt waardoor het individu zich minder prettig voelt. Oude patronen leveren dan de dankbare nestgeur van ‘vertrouwd’.

Maar zelfs als ‘het nieuwe bewustzijn’ als stevig gegrondvest lijkt kan de evolutie een stok tussen de spaken steken: In de evolutionaire prioritering zijn de eisen die de hersenstam stelt absoluut dominant boven die van het lymbisch systeem en boven die van de neocortex. Dat betekent in de praktijk dat zodra de druk op het organisme toeneemt, cq wanneer het gevaar voor het organisme groter wordt, eerst de neocortex en vervolgens bij toenemende druk, het lymbisch systeem van haar taken ontheven wordt. Met andere woorden: het gaat uiteindelijk alleen om overleven.

Een organisme waarbij de alertheid van de hersenstam op een hoog niveau ligt, een organisme dat feitelijk in een continue staat van bedreiging verkeert, reageert daarbij sneller met het uitschakelen van de ‘bovenliggende’ systemen dan een organisme dat inschat in een ‘onbedreigde’ staat te verkeren.

In gedragstermen betekent dit dat mensen met een reeds bestaand gevoel van onveiligheid in een bedreigende situatie eerder tot impuls-gedrag, agressieve zelfverdediging, ‘buiten zinnen’-zijn, zullen overgaan dan mensen met een geruster gemoed van nature.

In een samenwerking tussen mensen met een verschillende basis-verhouding tot onveiligheid, kan dit leiden tot conflicten die zowel onbeheersbaar als onbegrijpelijk zijn. Twee visies die moeilijk met elkaar stroken, twee mensen in dezen die elkaar in een keer niet meer aanvoelen of snappen.

Neemt de spanning dermate toe dat ook de ‘eerst – onbedreigde’ overgaat tot hersenstam-reacties, dan keert de rust zich plotsklaps om: diegene die een snellere toegang heeft tot hersenstamenergie heeft daarin ook een grotere gewenning cq gemak. Dan volgt de wet van de ‘agressie-ontkoppeling’ waardoor de ‘eerst – onbedreigde’ de onderliggende, want minder ervaren partij, wordt in de strijd.

Bewustwording, in alle gelaagdheden die er zijn, is dus aan voorwaarden van de context gebonden. Voorwaarden die rust moeten uitstralen, die moeten zorgen dat het proces zich onbelemmerd kan ontvouwen.

Maatschappelijke fenomenen zoals anonimisering, competitiegedrag, straffen- en belonen-beleid, overpopulatie, cultuuurvermengingen maar zeker ook media-aandacht voor geweld en onrecht overal ter wereld, houden onze hersenstam kunstmatig op een te hoog energieniveau. Bewustwording binnen deze, ‘onvriendelijke’,  context is dus per definitie gehandicapt en beperkt houdbaar. Zeker voor hen voor wie patroonvorming hierdoor negatief beïnvloed wordt.

Bewustwording (in de beperkte mate waarin we daar grip op kunnen hebben) heeft samenvattend meer kansen als de context langdurig meewerkt in de vorm van prikkelarmoede en rustgaranties. Is dat niet zo, dan vertraagt het bewustwordingsproces tot op het niveau van nul-impact.