Gaatjes boren in de scheepswand

Stel u een gigantisch schip voor, vol met mensen en bedrijvigheid van allerlei soort.

Op dat schip heeft ooit iemand ontdekt, dat als je onder de waterlijn, waar zijn kajuit zat, een gaatje boort, je de hele dag stromend water hebt. Er was iemand op dat schip die een bakje had om het water op te vangen, iemand anders die het overtollige water wist op te slaan in het ruim.

In de kajuit van de jaloerse buren werd een tweede gaatje geboord. Een mooier bakje eronder en nu met een spiegeltje erboven. In de derde kajuit bij het derde gaatje kwam er een lampje bij, in opeenvolgende kajuiten en dito gaatjes kwamen gouden randjes, tierelantijntjes, duobakjes, energiezuinige waterkoppen, douches en fonteintjes.

Tot grote vreugde van de kajuiten op het dek daarboven, kwam de waterlijn hoger te liggen, zodat ook zij konden meegenieten van altijd stromend water en toenemende luxe en comfort.

Toen de kapitein in de gaten kreeg wat er gebeurde en opriep om alle gaatjes weer te dichten, werd hij door de ondertussen zo verwende meute overboord gegooid.

En toen de dekstoelen als enige nog boven water dreven, vroeg niemand zich meer af hoe het zo ver had kunnen komen.